Citaat van drs. Nico Dijkshoorn:
Bij verschillende diersoorten is het
verschijnsel bekend van een samen hang
tussen witte vacht en gehoorstoornissen.
Deze vorm van doofheid werd bij de kat
al door Darwin beschreven in 1859! Doofheid
bij witte katten is voornamelijk
gebaseerd op een erfelijke vorm die
verbonden is met genen die
verantwoordelijk zijn voor de
ongepigmenteerde vacht. Daar er op dit
moment een test beschikbaar is om deze
doofheid vast te stellen is er dus ook
een mogelijkheid aanwezig om te
selecteren op het voorkomen van deze
erfelijke aandoening. Er is dus ook geen
enkele reden voorhanden om het fokken
met witte katten te verbieden.
|
Het is algemeen bekend dat bij witte katten
dikwijls doofheid wordt geconstateerd.
Dit heeft te maken met het WW gen dat op de
leeftijd van ca. 3 à 4 weken de
bloedtoevoer naar de zenuw voor de trilhaartjes
in de gehoorgang kan doen stoppen.
Daardoor kan het kitten volledig, of aan 1 oor
doof worden.
Er mag daarom met witte katten alleen gefokt
worden als zij middels een BAER-test
volledig horend zijn bevonden, om de erfelijke
overdraagbaarheid uit te sluiten.
Als men dus interesse heeft in een kitten uit
een wit ouderdier, vraag dan altijd eerst
om de BAER-test verlaring aan de fokker. Als de
fokker deze niet kan overleggen, zal
zeer waarschijnlijk het witte ouderdier niet
getest zijn, zodat er geen zekerheid
bestaat of dit dier wel 100% horend is. Er mag
dan dus
niet
mee gefokt worden en de
kans dat de kitten's doof zijn is groot.
Bovendien kan er bij de Nederlandse
verenigingen ook geen stamboom voor de kitten's
aangevraagd worden, zonder deze
verklaring.
Dit wil dan nog niet zeggen dat de kitten's die
door de horende ouderkater of –poes
worden verwekt, altijd horend zijn. De
mogelijkheid bestaat altijd dat de kitten's
alsnog een gehoorbeschadiging hebben, of
volledig doof zijn. |